Talent is een geschenk, geen verdienste

27-05-2022
Aangeboren talent

Een genuanceerd inzicht op de relatieve waarde van talent

Met dit artikel wil ik mensen graag eens doen nadenken over de relatieve waarde van talent, talent waardoor mensen presteren ver boven de fysieke capaciteit van de gemiddelde mens.

Hoe fantastisch het ook is om te kijken naar atleten die wereldprestaties neerzetten en hoe bewonderenswaardig ook, het zijn ook maar mensen die kwetsbaar en sterfelijk zijn. Op het kerkhof liggen veel helden begraven die ooit onoverwinnelijk leken te zijn. Moeder natuur is niet eerlijk als het gaat over het uitdelen van geestelijke en lichamelijke mogelijkheden. Talent is daarom geen verdienste maar een gift van moeder natuur, een geluk dat vanuit de moederschoot is meegegeven.

Bekijk talent als een prachtige waterval midden in de natuur die je met bewondering voor haar kracht en schoonheid aanschouwt. Eigenlijk is dat niet meer dan een samenloop van omstandigheden, een toeval van geluk dat net op die plek alle ingrediënten aanwezig waren om dergelijk natuurwonder te creëren. Wat atleten met aangeboren talent doen is wel hun eigen verdienste. Heel veel mensen worden geboren met een uitzonderlijk talent en doen er niks mee. Dat is jammer maar er is niks verkeerds aan. Je leven bouwen enkel rond dat ene talent is zeer eng en maakt je heel kwetsbaar.

Niemand is verplicht om zijn talent te maximaliseren. Soms is het misschien zelfs beter om het niet te doen. Er hangt een serieus prijskaartje aan voor wie zijn leven enkel leidt in functie van zijn talent. Talent maakt velen blind voor de essentie van de belangrijkste levensbelangen.

Er zijn heel wat getalenteerde mensen die hun fysieke talent maximaal hebben ontwikkeld en die toch heel ongelukkig worden op het moment dat ze beginnen te voelen dat hun talent geen garantie meer is om aan de absolute top te presteren en dat ook talent maar een element is dat niet op kan tegen de vergankelijkheid van de tijd. Vooral wanneer het presteren in de maatschappij afhankelijk is van een fysiek talent is het een zeer beperkte meerwaarde om het geluk op af te stemmen. Wie geboren is met een geestelijk talent is naar mijn gevoel toch iets minder kwetsbaar.  

Moet en mag je atleten dan niet bewonderen?

Zeker wel, al vind ik dat sommigen overdrijven door hen te behandelen en te adoreren als goden. Het zijn ook mensen van vlees en bloed die even en misschien wel meer kwetsbaar zijn dan de meesten denken. Uiteraard is het tof om een idool te hebben waar je naar opkijkt, maar ondanks de fysieke performance die mensen aanspreekt om van een atleet te houden is het vooral de menselijkheid, de persoonlijkheid en de stijl van een atleet die het meest blijft hangen.

Niet iedereen is supporter van degenen die op het podium staan, gelukkig maar, ook de atleten van de tweede rij hebben hun eigen supporters. Voor hen maakt het niet uit op welke plek hun atleet eindigt. Zij hebben een eigen sympathie ontwikkeld voor de mens achter de atleet. Zij weten dikwijls ook hoe die atleet heeft moeten vechten om een plaats tussen de besten te verdienen. Die plaats is wél een eigen verdienste.

Het is hun wilskracht en engagement die daarvoor gezorgd hebben. Die wilskracht is iets wat alle atleten die op een hoog niveau presteren wel méér hebben dan de gemiddelde mens. De wil om graag af te zien buiten de comfortzone, de wil om te vechten voor elke halve seconde, elke cm meer, die focus en toewijding elke dag opnieuw en daarbij zo afhankelijk te zijn van de zo fysiek kwetsbare factor van een lichaam dat elk moment dienst kan weigeren dat vraagt om een aparte mentaliteit die niet iedere mens heeft.

Aangeboren talent

Zoals reeds aangegeven is het talent niet de verdienste van de atleet, maar zijn wilskracht en engagement zijn dat wel. Atleten die op hoog niveau presteren hebben allen een gemene mentaliteitsfactor al van toen ze kind waren en buiten speelden. Die factor heet wilskracht, een mentale drijfkracht uit de sterkste wil van onze ziel om jezelf en anderen fysiek uit te dagen. Het zijn dikwijls mensen die tijdens hun kindertijd al de maximale belastbare marge opzochten van hun nog jonge lichamen. Het waren daarom nog niet zozeer de kinderen die van nature uit uitzonderlijk beter waren in een bepaalde sport. Dikwijls waren het kinderen die algemeen wel een sterker belastbaar lichaam hadden en meer gedreven waren dan de gemiddelde kinderen om fysiek beter te worden.

Die bijna bovenmenselijke gedrevenheid en mentale weerbaarheid zette hun toen al aan om zichzelf te testen. Al heel snel was er de drang om de fysieke uithouding en kracht uit te dagen tot op de grens. Zij waren toen al bezig tijdens het spelen op het speelveld met hoeveel rondjes kan ik doen en kan ik deze sneller doen. Die mentale weerbaarheid om fysiek zo graag af te zien en het ook te kunnen hebben niet alle mensen. Het gevoel om in dat afzien het meest genot te vinden, soms met een haat-liefde verhouding maar eigenlijk onbedwingbaar en verslavend is wat hen zo ver brengt. Daar waar anderen tegen de limiet van hun comfortzone aanlopen en mentaal breken komen zij in een soort trance die hen enkele niveaus hoger brengt waardoor hun biochemische en biomechanische grens verlegd wordt. Ze kunnen net dat tikkeltje meer en langer pushen in het rood.

Ik heb verschillende mensen getraind die van nul naar een meer dan gemiddeld goede conditie zijn geëvolueerd. Enkelen wilden nog een stapje verder gaan maar dan stel je vast dat het hen ontbreekt aan dat graag afzien om in dat hoogste niveau te geraken. Ik heb velen getraind die van niets naar 7-8.5 km/u hebben leren lopen en die dan door specifieke training en zeker ook door hun wil en inzet erin slaagden om tot 14-15 km/u te geraken. Ze hebben zelfs wat leren afzien, maar als het echt ernstig wordt, als de speelruimte van de trainingsvorm kleiner wordt en er geen compromissen meer kunnen gemaakt worden om trainingen aan te passen dan breken ze en bereiken ze een mentale grens waar ze blijkbaar niet over kunnen. Ze zeggen dan letterlijk ‘zo afzien is toch voor niets meer goed.’ 

Inderdaad, misschien hebben ze wel gelijk, want zo afzien is pijn lijden en altijd dicht tegen kwetsuren aanlopen. Dit brengt inderdaad voor de meeste mensen niet genoeg op om dat vrijwillig te willen doorstaan dag na dag, week na week, jaar in jaar uit. Maar dat maakt net het verschil in prestatieniveau. Er is niemand die meer pijn doorstaat tijdens een marathon wedstrijd dan de prestatie en elitelopers.

Zonder afbreuk te willen doen aan alle goed presterende amateurs en recreanten, zij zien zeker ook af, maar ook al lijkt het bij de elitelopers schijnbaar zo makkelijk te gaan, het is echt niet zo. Bij hen is er geen of heel weinig marge om even te recupereren en te temporiseren. Uiteraard moeten zij soms ook snelheid minderen maar dan nog houden ze een snelheid aan die veel pijn doet alleen maakt deze snelheid net het verschil tussen niet onwel worden en volledig verkrampen. Het verschil van impact op het gestel cumuleert vele malen meer naarmate je een marathon loopt met een belastbare maximale snelheidsmarge tussen 12 en pakweg 15km/u dan wanneer je een marathon loopt met een maximale belastbare marge die ligt tussen pakweg 17 en 20km/u.

Aangeboren fysiek talent is een gift van moeder natuur maar is divers

Talent is een geschenk, geen verdienste

Je hebt enerzijds de algemene fysieke belastbaarheid, anderzijds is er de specifieke motorische belastbaarheid die uit zes vaardigheden bestaat zijnde, uithouding, snelheid, kracht, lenigheid, coördinatie en reactievermogen. Tenslotte heb je ook de specifieke fysiologische belastbaarheid, zeg maar de natuurlijke spierbouw van de atleet met een onderling verschil in spierbouw en spiervezeltype. Je kan door specifieke training het spiervezeltype wel wat bespelen maar je kan van een boerenpaard geen renpaard kan maken. Je kan er wel een snel boerenpaard van maken.

Alle talentvolle atleten hebben een aangeboren uitgesproken fysiek talent en zijn fysiek belastbaarder dan de gemiddelde sterveling.  Ze hebben allemaal sterkere botten, sterkere adaptieve spieren en pezen en een hoger en sterker cardiovasculair systeem. Maar niet alle topatleten worden geboren, op enkele uitzonderingen na, met een fysiologisch en biomechanisch gestel dat geschikt is voor elke sport. Ook de motorische en neurologische proprioceptieve capaciteit kan sterk verschillen evenals de flexibiliteitsmarge van de bindweefsels.

Het is dus zaak om snel te weten te komen door observatie en intuïtie waar het echte fysieke talent zit om dit op te trainen tot zijn maximale capaciteit om geen of niet te veel verloren jaren te hebben want de maximale prestatiecapaciteit van een topatleet is eigenlijk maar heel beperkt in tijd. De meeste prestatieatleten kunnen maximaal 10-15 jaar genieten en velen geraken zelfs niet aan die jaren door kwetsuren. Om echt het beste uit hun talent te halen zullen ze veel en hard moeten trainen en een apart leven moeten leiden. Dit kan niet iedereen opbrengen.

TALENT KOMT ALTIJD BOVENDRIJVEN MAAR ALS HET ZELF NIET GRAAG GENOEG ZWEMT ZAL HET AFDRIJVEN MET DE REST

Ook al zegt men soms ‘tja als ik anders niets moest doen dan trainen, eten en slapen dan zou ik het ook wel kunnen.’ Vergeet dat maar, zo eenvoudig is het echt niet. Het is een zeer fragiel en eng leven, al je geluk laten afhangen van dat ene ding dat zo kwetsbaar is. Geloof me, dat legt ook een enorme druk op een mens. Bovendien zou niet iedereen het leven van een atleet willen buiten de training. Weinig sociale contacten, vaak alleen zijn en alles wat je doet staat in functie van trainen en wedstrijden. Heel weinig vrije weekendjes en feestjes, alle vrije tijd gaat naar rusten en nazorg. Als je dan al eens een vrij weekend hebt dan wil je eigenlijk gewoon thuis blijven.

Het moeilijkste is nog het omgaan met kwetsuren. Telkens weer moeten terugvechten en opnieuw beginnen en niet zeker weten of je nog hetzelfde niveau zal halen is mentaal belastend. Het vraagt een pak wilskracht en engagement want niet alle topatleten worden geboren als winnaars. Net om die wilskracht, dat doorzettingsvermogen en engagement mag je alle prestatieatleten bewonderen. Niet enkel omdat ze de beste zijn en op het podium staan.

Alle prestatieatleten die deelnemen aan de wedstrijd zijn even belangrijk. Er zijn er maar enkelen die er bovenuit steken, die het geluk hebben net dat tikkeltje meer belastbare marge te hebben gekregen van moeder natuur. Ook zij zijn niet geboren als winnaars. Om met dat gezegend talent te kunnen winnen op het hoogste niveau moet je evengoed hard trainen, anders is het verloren goed.

Talent valt of staat met het gedrag van de atleet

Als je als atleet naar waarde wil worden geschat dan is het gedrag van cruciaal belang. Wie zich als atleet respectloos gedraagt tegenover zijn tegenstanders en tegenover de verliezer zal niet het aanzien genieten dat hij verwacht. Misschien wel door de harde kern supporters maar zeker niet door de grote massa. Een atleet die schijnbaar alles normaal vindt en zichzelf van een ander niveau waant zal op weinig sympathie kunnen rekenen wanneer het slechter gaat. En geloof mij, iedere atleet komt vroeg of laat zijn gelijke en meerdere tegen hetzij in een tegenstander hetzij door zijn eigen lichaam dat niet meer feilloos alle belasting verdraagt. 

Mensen houden meer van een kwetsbare atleet die wat onzeker is en vanuit dat gedrag het pleit weet te winnen dan van een vooringenomen atleet die zich onoverwinnelijk waant. De mens of het menselijk aspect spreekt nog altijd meer aan dan de onkwetsbare gevoelloze robocop die emotieloos en ongenaakbaar triomfeert. Cellbuilding indiceert een gedragsprofiel van de atleet die op handen gedragen wordt. Je wil als atleet liever graag gezien worden dan gevreesd.

Blijf altijd nederig en ingetogen. Deel je geluk en winst met je supporters en entourage. Vergeet niet hen regelmatig te bedanken.

Blijf voldoende toegankelijk en betrokken en verdeel je aandacht. Hou een zekere afstand van sociale media en de pers. Bescherm je privé maar betrek toch je partner regelmatig bij jouw succes. Onthou je zo veel mogelijk van tv-programma’s. Misschien denk je wel dat dit goed is voor jouw populariteit door te laten zien dat je ook maar een gewone mens bent maar meestal keert dit zich op een dag tegen jou. Als het eens wat minder gaat dan zal je al snel het verwijt krijgen dat je te veel bezig bent met het in de kijker willen lopen dan met je sport.

Blijf genuanceerd bij het geven van commentaar of het beantwoorden van directe vragen die te maken hebben met jouw doelen en verwachtingen. Laat je niet verleiden tot grootspraak of negatieve reacties tegenover mede-atleten via derden. Als je het moeilijk hebt met het gedrag van een mede-atleet bespreek dit dan rechtstreeks met hem. Wanneer je rechtstreeks wordt aangevallen via de pers met een verkeerde reactie op een wedstrijdconflict wacht dan niet om dit recht te zetten en geef onmiddellijk repliek. Dit getuigt dan van jouw gekwetstheid door een onterechte beschuldiging voor een gedrag dat helemaal niet past bij wie jij bent.

WEES KLEIN IN DE OVERWINNING EN GROOT IN HET VERLIES

Kris Moernaut – Reflections of Awareness

Blijf altijd jezelf en laat je geen imago aanmeten of rolletje induwen. Je mag best wat eigenaardig en eigenzinnig zijn. Wat mystiek rond jouw figuur maakt jou interessant, maar wees altijd eerlijk en pak mensen in met de echte emotie. Als je je slecht voelt deel dit dan evengoed dan wanneer je je supergelukkig voelt. Dat is wat ons gelijkwaardig maakt als mens, het delen van dezelfde angsten en onzekerheden over de toekomst.