
‘Niet van het leven houden’, ik weet dat het raar overkomt maar als ik meer duidelijkheid heb gegeven dan zal blijken dat deze visie niet zo mensvreemd is en niet van ondankbaarheid voor het leven getuigt.
Eerst en vooral, hoeveel wij ook om het leven geven en van het leven verwachten, besef dat het leven niets om ons geeft en niets van ons verwacht. Wat ons onderscheidt als mensensoort met alle andere soorten en het leven zelf,mededogen is dat we een geweten hebben. We passen dus niet in een gewetenloos leven waar je niets of niemand aansprakelijk kunt stellen voor al de pijn die het ons brengt. Dit maakt ons mensen eigenlijk machteloos. Het gevoel daar geen controle over te hebben maakt ons ofwel bang ofwel onverschillig. Dit leidt bij velen tot hebzucht.
Het leven zelf is kil en hard. Ondanks wat velen zien als misschien het mooiste deel van het leven, hetgeen het dichtste tegen de kern van al het leven staat, namelijk de natuur, de plek waarnaar we ons dikwijls naar richten om de schoonheid van het leven te zien en vergelijkingen te maken met name naar eerlijkheid. Deze natuur is eigenlijk keihard en kent geen compassie ondanks alle mooie gewaarwordingen die onze emoties versterken: de vogeltjes, de bloemetjes en de bijtjes de schoonheid van de seizoenen die ons onderdompelen in een sfeerbad.
Die natuur, die zo zacht lijkt, toont geen mededogen op onze meest kwetsbare momenten…daar geldt enkel de wet van de sterkste. De natuur is meedogenloos, de zwakken moeten er snel uit want zij brengen de groep en het behoud van de soorten in gevaar.
Wij mensen zijn misschien wel de minst geschikte soort om hier op aarde te aarden. Het feit dat wij kunnen denken over wat geweest is, onze angsten voor wat komen gaat, ons tijdsbesef zeg maar, zorgt ervoor dat we niet bevrijd kunnen leven in het nu. We weten waar het eindigt, niet exact wanneer wel ongeveer volgens de leeftijd. We weten ook dat hoe het eindigt meestal niet mooi is maar gruwelijk lelijk, vaak mensonwaardig en mensonterend.
Er wordt ons wijsgemaakt dat de weg belangrijker is dan het doel…maar wat als de weg doodloopt en de weg een weg is van aftakeling?
Reeds vanaf ons 25ste levensjaar begint ons lichaam af te takelen, nog niet echt voelbaar of zichtbaar, gelukkig maar, toch is de onomkeerbare weg met deze eerste fase ingezet. Tijdens de 2de fase al, dus tussen ons 30 en 35ste levensjaar begint zelfs ons fysiologisch bouwsysteem al te verminderen, spieren en botten beginnen moeilijker te regenereren en verzwakken maar met een gezonde levensstijl en ook wat genetisch geluk valt dit nog onder controle te houden en nog betrekkelijk visueel te bewaren met weinig compromissen.
Echter, vanaf de derde fase van aftakeling (ergens midden de 40) wordt het steeds moeilijker om nog fysieke topprestaties te leveren zonder nevenschade. Je begint dan echt te voelen dat het lichaam verandert en dat je veel meer compromissen moet sluiten. De eerste echte kwaaltjes van ouder worden die zijn nu echt voelbaar en zichtbaar. Voor het eerst kijk je ‘s morgens in de spiegel en begin je meer dingen te zien die wijzen op het ouder worden, wildgroei van haren die er niet horen te staan, rimpels en vlekjes die de huid ontsieren, het ochtendritueel in de badkamer duurt nu langer dan die 5 à 10min die je vroeger maar nodig had om er goed uit te zien. Waar vroeger enkel een spatje water kon volstaan bestaat het water en zeepritueel nu uit een arsenaal aan potjes met cremes en camouflagemateriaal.
Je hebt ook het gevoel steeds meer achterop te raken en in een constante inhaalrace te zitten. Velen hebben op deze leeftijd al eens kennisgemaakt met wat serieuze medische conflicten en dat verandert de kijk op vele dingen. Het is nu meer zaak te proberen te bewaren wat je hebt dan nog winst te boeken. Echt beter zal het niet meer worden vanaf nu, tenzij je lang onder je fysieke mogelijkheden hebt geleefd en eigenlijk wat negatieve groeimarge hebt opgebouwd.
Dat is dan ook zo moeilijk voor onze menselijke soort… je weet dat er geen garantie is om gezond oud te worden, rest dan de vraag kun je je niet beter wat opsparen om later wat overschot te hebben? Maar wat als later niet meer komt? Dan sterf je met een reserve waar je niets aan hebt gehad. Geef je dan beter alles wat je kan en haal je overal het maximum uit? Dan loop je het risico als je toch oud wordt dat je een heel groot stuk van de laatste levensfase niet optimaal meer kunt genieten omdat je lichaam te veel beperkingen heeft vanwege het zware belasten als je jonger was. Misschien dan maar tevreden zijn met de middelmaat… maar dan zit je toch altijd met het gevoel wat als…en mis je ook het volledig open te kunnen bloeien in je volle potentieel. Of misschien is dit alles gewoon relatief, het kunnen zijn in zijn meest duurzame vorm in de vergankelijke situatie waarin wij zitten.
We zijn een dolende soort en verschimmen langzaam maar eigenlijk toch veel te snel want we zijn niet foutloos en hebben meer tijd nodig om dingen recht te zetten en te verbeteren. We zijn een soort die zich hecht en betekenis wil geven aan de korte tijd dat we hier maar rondlopen. Maar wat betekent het echt, als we alles wat we opbouwen, hebben leren vertrouwen en liefhebben moeten verliezen en afgeven? Dikwijls hebben we nog niet eens de kans gekregen om dingen af te ronden, dingen die ons leven enige zin gaven, worden we gewoon weggerukt door het ongenadige gewetenloze lot.
Het ergste is nog dat de belangrijkste dingen die ons menszijn kenmerken, de dingen die het leven mooier maken nog het meeste verdriet doen… Liefde, wat elke mens nodig heeft, waarvoor we leven en wat ons gelukkig maakt in dit tranendal zal ons het meeste pijn doen. De dag dat we onze geliefde moeten afgeven of zelf achterlaten is wellicht de meest pijnlijke dag uit ons leven. Is het weren van liefde dan niet beter…? Nee, want wie mens is wil geliefd zijn en liefde kunnen geven. Liefde is zuurstof om je goed te voelen in een kwetsbaar bestaan. Het zit in ons levensdna, het is dus tegen onze natuur in om niet aan liefde toe te geven.
Met andere woorden, wat ons het meeste aanbelangt en waarrond meestal de hele zin van ons leven is opgebouwd is ons grootste verdriet in wording.
Met wat geluk (als je het al geluk kunt noemen) heb je vanaf je 45ste nog een 10 à 15 jaar om je nog enigzins fysiek waardig te vinden, maar de aftakeling is nu al heel zichtbaar en voelbaar. Uiteraard, er zijn altijd wel uitzonderingen op de regel, mensen die zich blijkbaar beter voelen dan hun leeftijd aangeeft, alleen is dat echt het geluk van goede genen. of misschien is het enkel hun positieve houding die alles ontkent en steken deze mensen hun kop gewoon in het zand voor alle pijn en verdriet dat op hun pad komt.
Het helpt ook niet dat de evolutie meer en meer gericht is op jonge mensen en dan bedoel ik zeer jong. Het begint al bij de kindertijd…kinderen moeten steeds sneller volwassen worden en vroeg rijp zijn. Hun kleine fantasierijke geesten staan al onder druk van de prestatiemaatschappij. Er is nog weinig tijd om gewoon kind te zijn. Je moet niet 1 hobby hebben maar 3 of meer, en best moet je je ook nog engageren in een of andere club.
Meer dan ooit staat er een vervaldatum op je persoon en die houdbaarheidsdatum vervalt steeds sneller. Je ziet deze trend op vele vlakken: op sportgebied ben je nu al hoogbejaard als je vooraan in de 30 bent en op je 50ste ben je afgeschreven voor de arbeidsmarkt. Wat ze ook mogen beweren, het is zo, deels omdat het ook steeds jongere mensen zijn die aan het hoofd staan. Jonge mensen, die vaak niet meer de empathie hebben meegekregen om ouderen waardig te behandelen.
Oud wordt meer dan ooit als een last gezien, niet als een wijsheid van jaren leven en doorleven. Nochtans zijn de 50plussers van vandaag behoorlijk jonger van geest dan die van vorige generaties. Maar alles wordt tegenwoordig afgemeten en afgewogen op cijfers, in dit geval de geboortedatum.
Alsof het leven zelf al niet beklemmend genoeg voelt als je ouder wordt…ook ons leefmodel verandert… met waarden en normen die in het voordeel verschuiven voor zij die nog jong en fruitig zijn. Ze leven zonder zich druk te maken over beperkingen, alsof ze niet bestaan, en leven in teken van onoverwinnelijkheid. Die confrontatie is niet echt menslievend om je goed te voelen op leeftijd.
Daarbij claimt de jongere generatie dan wel het recht dat de oudere generatie zich nu meer ten dienste moet stellen om een betere wereld achter te laten voor de jongere terwijl de jongere generatie probeert alle weinige voordelen die de oudere heeft opgebouwd door hard te werken te compromitteren zoals pensioenen en het waardig kunnen oud worden in de zorg, maw de oudere moet inleveren voor de jongere. Hoe menselijk is dat?
Wie is hier eigenlijk het kwetsbaarst? De jonge generatie die hopelijk nog jaren heeft om naar uit te kijken of de oudere die in zijn laatste ‘goede jaren’ ook nog eens verantwoordelijk moet voelen voor het algemeen welzijn van de jongere en dus moet inboeten op zijn opgebouwde rechten en voordelen? In oudere culturen had je nog enigzins een rol die je kon vervullen als wijze, er werd rekening gehouden met de oudste van de stam. Hier word je vooral als last gezien, een kost die de maatschappij liever kwijt dan rijk is.
Er wordt geen enkele rekening gehouden met vertrouwde gewoontes waarin ouderen een houvast vinden, de technologie en digitale generatie is egoïstisch en houdt helemaal geen rekening met oudere mensen. Ze veranderen constant het spel, als je niet digitaal ingesteld bent dan blijf je achter en raak je meer en meer geïsoleerd. Je betaalt voor een computer en een pakket programma’s maar als de beheerders een programma niet meer van de tijd vinden dan sluiten zij dit gewoon af en moet jij je maar weer aanpassen aan iets nieuws waar je nooit om hebt gevraagd. Jazeker, je kan dan wel ondersteuning krijgen om dit aan te leren maar ze vergeten dat voor wie op een zekere leeftijd komt niet altijd zin heeft om zo je tijd nog te vullen. Dus dan is het maar je eigen keuze, zegt men al snel. Niet akkoord, het is een opgedrongen keuze van de digitale generatie die geen rekening houdt met de vorige generaties.
Ook dit doet geen goed aan het uitzicht op ouder worden. Het helpt allemaal niet als deze druk ook nog bovenop het natuurlijk verouderingsproces met al zijn ongemakken komt. En helaas, voor wie toch zo hoog oploopt met het leven en het promoten van baby’s maken (zonder namen te noemen) beseffen dan wel dat die baby’s de ouderen van morgen worden. We zijn gewoon met te veel op aarde. We eten bij wijze de planeet leeg en verstikken ze, maar dat is een ander verhaal.
Uitkijken naar een goeie oude dag… dat is moeilijk als elke dag een gevecht is met je eigen lichaam, als ongemakken, kwaaltjes en pijn jou elke ochtend als je uit je bed komt alle zin ontnemen in het ochtendritueel voor de badkamerspiegel. Dit allemaal om dan vervolgens je dag te vullen met afspraken bij dokters en specialisten… dan is dit in die goeie oude dag misschien de uitdaging waarvoor je graag de uitdaging van het leven blijft aangaan.
Ik wil niet alles negatief bekijken…maar echt vrolijk word ik er niet van. Ik kan hoogstens zeggen dat het net te verdragen is mits er enkele goeie momenten tussen zitten, maar helaas hangt veel van de gezondheid af. Dan bedoel ik niet de kleine kwalen van het ouder worden want die moet je dan maar verdragen, ik heb het over chronische pijn en ziektes die bij sommigen het hele functioneren hypothekeren.
We lopen hier eigenlijk maar wat rond, zoekend naar zin of naar afleiding om niet met die zin bezig te zijn maar het leidt helaas allemaal tot niets want de weg loopt dood en het doel heiligt niet de middelen. Hoe ouder je wordt hoe meer je gegijzeld wordt door je eigen lichaam en zoals ik zei in het begin van mijn inzicht…ik leef graag, te graag om zo maar op te geven. Liever snel doodgaan is ook geen optie tenzij misschien met een knip, zonder lijden.
Het ergste is te weten dat het leven niets om mij geeft en geen rekening houdt met al mijn goede intenties en liefdevolle bedoelingen. Het zou zelfs nog enigzins hoopvoller zijn indien er ergens een kracht aansprakelijk kon zijn voor al het onrecht dat ons wordt aangedaan dan was er misschien toch nog iets waar het geweten kon gaan knagen om toch een beetje spijt op te brengen en ons even te ontzien.
De meeste mensen willen gewoon horen dat alles goed is, maar dat is het niet. Wat wij mensen moeten doorstaan is getekend als een doodsvonnis? En het is niet eens onze eigen keuze maar die van onze ouders die dachten er goed aan te doen om ons het leven te schenken. Vandaar mijn citaat…de kinderwens van een ouder is niet de levensdroom van een kind.
Als we dan toch geluk hebben om redelijk probleemloos ongeveer in de helft te geraken, na je 55ste begint de aftakeling pas echt zichtbaar en voelbaar te worden. Je ziet dit ook aan hoe vaak een dokters- of ziekenhuisbezoeken plots in je agenda staat. In het beste geval is het preventief maar telkens wel met de angst voor erger. Je zit op deze leeftijd echt voelbaarder dan ooit tussen leven en dood. Wanneer je om je heen kijkt zie je plots méér de oudere mensen die op de sukkel zijn, met soms nog een jonge geest die vastzit in een afgetakeld lichaam. Dat is vaak waar ook jouw weg toe zal leiden, dat besef van die lijdensweg is nu meer dan ooit voelbaar aanwezig.
Telkens je bij de dokter zit of een specialist in het ziekenhuis bezoekt zie je al die angstige vertwijfelende blikken van je medemens en hoor je hen bijna hetzelfde denken dan wat zich afspeelt in jouw hoofd… Is dit het nu? Heb ik hiervoor zo mijn best gedaan? Waar iets vroeger meestal opgelost werd met wat gips, een pleister of een spuitje is het nu knip-en plakwerk geworden om de boel nog wat te rekken en nog wat te kunnen genieten van de kleine dingen. Daarvoor moeten we dan nog dankbaar moeten zijn, hopend op toch nog eens een goeie of betere periode want met dit gevoel wil je niet graag doodgaan. Het liefst zou je gewoon met een knip willen doodvallen zonder een lang afscheid waarvan pijn en lijden tekenend is. Alles is beter dan je laatste tijd hier te moeten doorbrengen in mensonterende omstandigheden ergens in een ziekenbed met pampers aan.
Logisch toch dat je op een bepaalde leeftijd liever achterom kijkt naar vroeger, toen je nog enigzins perspectief had op verbetering, want in deze levensfase met het zicht op wat kan komen kun je alleen maar bang en verdrietig worden. Moeten leven zonder uitzicht op beter en weten dat je alles wat je dierbaar is en waaraan je je hebt gehecht, moet verliezen, is een geestelijke marteling dat enkel onze soort zo moet ondergaan.
Het enige goede daaraan is dat je de prestatiedwangmatigheid leert relativeren, maar ja… wat ben je ermee? Is het dan niet eerder een drogreden om je pijn en teleurstelling te verzachten?
Hoe graag kun je het leven zien als dit het uitzicht en de dagelijkse realiteit is tussen alle mooie momenten heen? Hoe goed kun je je voelen als je leven in handen ligt van een onvoorspelbaar lot dat geen rekening houdt met al je goede intenties en voornemens?
Het maakt ons mensen zo onhandig of ongemakkelijk wanneer deze existentiële kern van het zijn wordt aangekaart. Velen vinden dit zelfs geen onderwerp dat past bij een gesprek over deonthologische levensbeschouwing.
Erg vind ik dat. We moffelen het liever diep weg. Dit gevoel is nochtans de meest gemeenschappelijke deler van mens zijn. Ik begrijp dat iedereen op zijn eigen manier wil omgaan met zijn grootste verdriet en zijn grootste angsten. Ieder mens heeft ook het recht om zijn verdriet te verwerken hoe en hoelang hij het zelf wil. Maar het zijn dikwijls die mensen die het niet kunnen verdragen dat anderen wel hun grootste verdriet en angst durven te tonen, ze zetten andere mensen dan aan om enkel naar de positieve dingen te kunnen kijken en het slechte beter snel te vergeten, niet te lang stil blijven staan weet je wel, doorgaan is het enige dat telt.
Ik stel mensen soms de hypothetische vraag: stel dat je elk jaar 1 week kreeg waarin je al je verloren dierbaren kon terugzien om ze een knuffel te geven en bij te praten. Tot mijn grote verbazing antwoorden velen zelfs dat ze dat niet zouden willen. Hoe kun je dit nu niet willen? Waarom zou je ze liever nooit meer zien dan elk jaar, weliswaar voor eventjes, nog eens terug te zien? Ik begrijp wel dat je dan telkens opnieuw afscheid moet nemen maar het is wel nooit definitief. Dit zou toch een heel mooi moment kunnen zijn.
Ik denk dat de mensen die dit niet willen gewoon niets van hun verdriet verwerkt hebben…ze hebben zeker verdriet gehad maar zijn te bang geweest om het als een deel van hun leven te zien, een deel dat hun gelukkig voelen in de weg zou staan. Dit lijkt op zelfbescherming, egoïsme is misschien te hard, het lijkt eerder op ontkenning of misschien wel verdringing om niet te moeten voelen.
Waarom zijn veel mensen toch zo bang voor de rauwe waarheid van het leven? Waarom leven ze altijd met de gedachte van doorgaan? De overtuiging van ‘het komt allemaal goed’? Alleen dat al is eigenlijk liever met valse hoop leven in plaats van eerlijk te zijn. We zijn geen wonder des levens, we zijn gewoon ook het gevolg van een natuurlijk proces…chemie in zijn meest pure context die zich openbaart als een heel gevoelige soort waarbij de ene nog wat meer neigt naar de basale levensvorm van een dier en de ander zich wat meer als mens zal gedragen.
Bij onze mensensoort is de voortplanting dikwijls het gevolg van een liefde voor elkaar terwijl bij andere levensvormen het eerder een gevolg is van een pure instinctieve drang waaruit leven geboren wordt. Deze manier van ontstaan van een nieuw menselijke leven is al van bij het begin gecompromitteerd en gebaseerd op voorwaarden waardoor daar al onze kwetsbaarheid wordt versterkt. Nog voor de eigenlijke voortplanting stellen we ons al voor hoe het allemaal moet verlopen, hebben we al bepaalde verwachtingen. Dat schept al een grote druk en hoe lager op de sociale ladder hoe meer druk, druk die vele baby’s en later kinderen met zich zullen meedragen. De prestatiedruk van de perfectienorm is enorm, de maatstaf om je als mens gelukkig te kunnen voelen is verschoven en wordt meer dan ooit afgemeten aan de positie die je in de maatschappij bekleedt, met welke auto je rijdt, welke villa je woont en hoe sociaal geëngageerd je bent in een selecte vriendenkring met aanzien.
Ook al wordt er wel degelijk opgemerkt dat er veel problemen zijn met deze levenshouding houdt iedereen de schijn op of liever blijven de meeste liever een acte de presence geven voor de schone schijn, zien en gezien worden. Een volle agenda is een teken dat je leeft en belangrijk bent. Maar velen worden onbewust geleefd door die agenda die vol moet staan…op zoek naar meer tijd om deze extra bij elkaar gepuzzelde tijd dan weer vol te stoppen met nieuwe dingen, nieuwe afspraken. De tijd…het domste wat een mens kon vastleggen, de grootste stressfactor die alles in gang zette, leven in functie van de tijd…bang dat het te vroeg zal stoppen of langer zal duren dan goed is voor onze waardigheid als mens.
Velen zijn bang voor de stilte…de stilte waarin je het tikken van de klok nog beter kunt horen. Nochtans hebben we meer stilte nodig. Het is in de stilte en bij het stilstaan dat de confrontatie met de dood en met het verdriet pas echt voelbaar is. Velen willen dit niet voelen en daarom zoeken ze steeds naar afleidingen waarmee ze de tand des tijds denken tegen te houden. Dit is net als het proberen opvullen van rimpels en verzakkingen ook maar oppervlakkige schijn.
Helaas we zijn allemaal gedoemd om te sterven, dat is onze enige zekerheid in het leven. Vanaf dat we geboren werden begon de tijd te tikken. Die tijd kijkt niet om, die tijd zal ons achterlaten en die tijd zal ons doen aftakelen of ons te snel ontnomen worden. Er zijn ook niet veel goeie scenario’s om te sterven, misschien is de enige waardige manier met een knip en wég. Maar dat ‘geluk’ is voor weinig mensen weggelegd.
Er zijn zeker ook mooie momenten in het leven die het bestaan enigszins de moeite maken, maar als je deze sprankel mooie momenten afweegt tegenover al het lijden en alle teleurstellingen die we op ons pad te verwerken krijgen dan heb ik het moeilijk om dit enigszins als zinvol te aanvaarden.
Ik zie het eerder als een recht om op zijn minst liefdevolle momenten te kunnen delen maar zinvol? Het verzacht zelfs de pijn niet van ons lijden, integendeel…het maakt ons lijden zelfs zwaarder. Liefde is wat ons verbindt in de kern van ons kwetsbaar zijn. Dat is mooi en waardevol maar is zinvol zijn voldoende reden om liever geboren te worden dan om dood te moeten gaan? Ik betwijfel dit zelf. Hoe kun je zeggen dat je enkel voor de liefde graag leeft als je weet dat je ook die zal verliezen, dat die liefde jou op een dag nog het meeste pijn zal doen wanneer je ze verliest?
We zijn een te mooie soort om goed te aarden in dit harde leven waar de natuur vooral draait rond emotieloos instinct om te overleven. Het is eten of gegeten worden, de één zijn dood is de ander zijn brood en we willen kost wat kost onze soort in stand houden. Wij planten ons voort omdat we bang zijn om het oud zijn alleen te moeten dragen, omdat het zogezegd hoort bij een volwaardig gezinsleven en om meer betekenis te geven aan onze liefde en aan het leven. Maar is dit bewuste plannen niet eerder uit een zeker egoïsme? Een kind heeft geen enkele inspraak of het wel wil geboren worden om te moeten sterven. We sterven… net als alles goed gaat of net wanneer alles slecht gaat maar het zal nooit gepast zijn, nooit op tijd maar altijd te vroeg of te laat.
En toch… ik leef graag…voor de liefde, voor het beleven van fijne prikkels op mijn huid en voor de fijne zintuiglijke gewaarwordingen, omdat ik graag geef aan andere mensen. Alleen ziet het leven dit niet zo en het lot nog veel minder. Ongenadig kunnen wij elk moment weggerukt worden of met een zwaar verdict worden opgezadeld dat onze gezondheid compromitteert. Daarom hou ik niet van het leven. Je kan er geen afspraken mee maken en het is nooit fair of eerlijk. Je kan het niet vertrouwen en toch zijn wij zo goed om ons best te blijven doen ondanks dat we weten dat het niet goed komt op het einde, in tegenstelling tot wat de meeste mensen zeggen. ‘Alles komt goed’…zelftroost heet dat, valse hoop, misschien zijn onze verwachtingen te groot want het leven verwacht niets van ons. Om te aarden in het leven mag je niet hechten, geen tijdsbesef hebben, ziel en gewetenloos zijn, heel solitair kunnen leven ofwel net kunnen leven in een gemeenschappelijke groep waar een duidelijke hiërarchie heerst en er geen ruimte is voor onderhandelen.
En dan wordt het winter…de laatste fase zeg maar… je bent dan 70 of ouder. Tot, nu ja, tot het bittere einde of wat godsgezinden dan zo bevrijdend ‘de verlossing’ noemen. De winter is zoiets als de eerste sneeuw die je mogelijk een laatste keer kunt zien en beleven. Is het nog echt beleven of is het helaas meer aankijken en zien smelten, net zoals het leven.
Voor mij als kind en atleet had de sneeuw iets mystieks. Ik liep graag in de eerste sneeuw, als atleet zou ik er alles aan gedaan hebben om de eerste te zijn die op het verse nieuwe krakende tapijt zijn voetafdrukken achterliet tijdens een ochtend training. Mijn loopoutfit lag al klaar en ik stond extra vroeg op om te gaan lopen terwijl de wereld nog in slaap was. Gulzig en gretig genoot ik van de stilte tussen de vallende vlokken. Ik was de eerste en dat moment namen ze mij niet meer af.
Het is ook één van de zeldzame momenten waar je als mens je afdruk kan achterlaten dat je fysiek bestaat en de natuur even kunt kneden naar jouw zin. Helaas dat moment dat al zo schaars was zal gewoon door de tijd nog moeilijker te beleven vallen en zelfs een pijnlijk moment worden dat me eerder binnen houdt vanwege mijn lichaam dat onzeker geworden is voor de kou en het risico op vallen. Tijdens de laatste fase zal het elk jaar ofwel een winter te veel of te weinig zijn, net als alle andere seizoenen.
Er is eigenlijk geen goed seizoen om te sterven…de zomer is te zoet en te vrolijk, de lente te fris en te fruitig, de herfst te somber en de winter te hard en te gezellig. De tijd laat ons steeds meer in de steek. We moesten op tijd geboren worden, mee zijn met de tijd en de tijd bijhouden en nu in de laatste fase moeten we de tijd langzaam laten passeren en is zelfs er achteraan hollen geen optie meer. De tijd wint altijd als het op lange afstand en uithouding aankomt. De tijd en het leven gaan hand in hand…het zijn beiden dooddoeners.
Wil het dan zeggen dat het allemaal donker en slecht is en niet de moeite loont?
Dat moet iedereen voor zichzelf beslissen. Wat ik met dit artikel vooral wil zeggen is dat ieder mens het recht moet hebben om zich ongelukkig te voelen zonder oordeel of commentaar van degenen die altijd de zon zien schijnen en met een roze bril door alle donkere wolken kunnen kijken. Sommigen zien het leven realistisch rationeel zoals het is en durven de donkere kant van het leven recht in de ogen kijken…Ik denk dat dit vooral de meer emotionelen onder ons zijn die dit durven. Ironisch genoeg zijn net zij hier rationeel terwijl het de rationelen zijn die dit niet durven en bang zijn om in het donker te kijken. Nochtans zijn het net degenen die in het donker durven kijken ook zij die de schoonheid van het licht het meeste proeven omdat zij de zeldzaamheid van het goede het meeste beseffen.